• Grey Facebook Icon

Picture by Joanne Goldby on Flickr

Verslag 1e congres 'Fokken met Visie'

Op een zomerachtige paaszaterdag van 2019, 20 april om precies te zijn, was het dan zover:

Shetland Breeders organiseerde haar eerste congres.

 

Zo’n 60 enthousiaste Shetland Pony liefhebbers hadden zich rond 12 uur verzameld in de bekende locatie van de ALV in Duiven. Een gemêleerde groep met jeugdige talenten en ervaren rotten.

Er was een mooi programma met interessante sprekers samengesteld en rond 13 uur opende dagvoorzitter Remond Molenkamp het congres.

Als eerste kwam Ton Burgers aan het woord. De initiatiefnemer van Shetland Breeders behandelde twee onderwerpen. Hij gaf een toelichting op het doel en de achtergrond van Shetland Breeders. Het is vooral een niet al te formele community waarin liefhebbers van de Shetland Pony op een leuke en interessante manier elkaars kennis over de fokkerij kunnen verrijken en kennis kunnen ophalen.

Het organiseren van een congres als dit past daar prima bij. Daarnaast houdt Shetland Breeders zich ook bezig met het kopen van talentvolle hengstveulens van met name die fokkers die zelf daartoe geen gelegenheid hebben maar waarvan het om de fokkerij ‘voldoende breed’ te houden nu juist goed is dat ze opgefokt en aangeboden worden. Dit verslag pretendeert niet om de hele middag te verslaan, maar de highlights geven we graag.

 

Onderdeel 1: Wat kunnen we leren van de Marshwood fokkerij (door Ton Burgers)
Na een korte introductie trapte Ton Burgers af met zijn bijdrage aan dit congres, die over de legendarische Marshwood Stud. Wat kunnen we van deze prachtige nog altijd meest invloedrijke fokkerij, die van 1922 t/m 1983 door Betty en Maurice Cox werd bedreven, nu leren?

Waarom vindt iedere fokker nu nog dat als een pony veel “Marshwood” bloed heeft dit een kwaliteitskeurmerk is?  Volgens Burgers uit zich die kwaliteit in de elegante uitstraling, het eindeloos goed doorgefokt zijn en vooral het lang mooi blijven. Het echtpaar Cox streefde naar perfectie.

Hun fokkerijvisie was gebaseerd op de volgende kenmerken: kies voor een bepaald type, kleur en maat en hanteer line breeding bij de hengstenkeuze. Bezoek stoeterijen, ontwikkel een lange termijn visie, hanteer een strenge selectie bij jouw fokmerrries, let op een sterk fundament met correcte bewegingen en heb een beetje geluk. Doe geen concessies aan de kwaliteit en  behoud het basistype en ras.

Marshwood begon met een hoge mate van lijnteelt (tegen de inteelt aan) om sterke punten te verankeren, later werd de lijnteelt verdund (niet te korte generaties meer gepaard ).

Ton liet vele foto’s zien van invloedrijke Marshwood dames. De merrie Justify uit de J-lijn 

werd op hun eigen fokkerij met veel succes ingezet. Maar ook Fluke, Pauline en Sweatheart waren en zijn zeer invloedrijk.

 

Onderdeel 2: De Shetland Pony in de (top)mensport (Jaap Boom, internationaal jurylid mensport)
Jaap Boom hield aan de hand van veel foto’s een mooi betoog over de gewenste eigenschappen die een menpony behoort te hebben. Hij gaf aan dat in de Internationale wedstrijden de minimale schofthoogte helaas 108 cm is. Er is eens een Deens vierspan geweest op een internationale wedstrijd met een dusdanige slechte conditie dat de FEI daarna een minimale stokmaat heeft ingesteld op 108 cm, gebaseerd op de hoogte van de pony’s van de beroemde Nederlandse vierspanrijder Aart van der Kamp uit Putten. Boom geeft aan dat we in een tijd leven dat mensen het al snel zielig vinden dat Shetlanders volwassenen moeten trekken; daar hebben we mee te dealen of we willen of niet. We weten allemaal dat bij een goede conditie de trekkracht meer dan voldoende is maar we moeten toch wel rekening houden met de publieke opinie.

Op de nationale en regionale wedstrijden doen de Shetlanders goed mee. Belangrijke eigenschappen zijn een goede schoftontwikkeling, voldoende lengte in hals, vooral in de nek (gedeelte net achter de oren) en goede ruime gangen met goede paslengte. Vooral in dressuur zien we nogal eens Shetlanders met te weinig nek, waardoor ze niet mooi kunnen afbuigen. Juist daar heb je lengte achter de oren voor nodig. In de vaardigheid en marathon doen ze het gemiddeld genomen zeer goed. Boom vindt een iets meer in het vierkantsmodel staande pony beter geschikt dan een rechthoeksmodel. Hij bepleit wellicht wat te gaan kruisen met andere rassen voor een sportpony om een ideaal eindproduct te fokken. Dit laatste wordt duidelijk niet gedragen door de congresbezoekers en de ander sprekers van de dag.

 

Onderdeel 3: De goede tuigpony (Andries Zandee, jurylid aangespannen sport bij KNHS, Friezen en Shetlanders).
Zandee gaat in op de geschiktheid van de Shetlander als aangespannen pony. Hij licht dit ook toe aan de hand van foto’s en  geeft aan dat we op keuringen niet altijd het juiste beeld van de beweging krijgen; de dieren worden te veel opgejaagd of in een bepaalde houding omhoog getrokken. Bij vrij aan een los touw bewegen in een driekhoeksbaan zonder overmatig zweepgebruik krijg je een beter beeld.

Hij is net als de anders sprekers een voorstander om te gaan keuren in een driehoeksbaan waarbij veel beter de ruimte van de bewegingen en het aantreden kunnen worden beoordeeld. Zandee geeft aan dat een topper qua exterieur ook prima een topper in tuig kan zijn en toont een aantal foto’s van hengsten en merries die hoog scoren in de keuringsbaan en ook over potentie in tuig beschikken. Ze hebben front, rijzen in beweging en hebben een chique uitstraling. Hij deelt dan ook niet de mening van Boom dat een goede men- of tuigpony niet te fokken is binnen de huidige populatie en ook neigt hij wat meer naar het rechthoeksmodel. Hij geeft aan dat de jury op de exterieurkeuring een extra getalenteerde sportpony met goede beweging gerust iets hoger kan plaatsen zonder haar/hem kampioen te hoeven maken. Dan wordt er in elk geval mee gefokt en dat is belangrijk voor de toekomst van het gebruik.

 

Onderdeel 4: NSPS en Sportpony  (Geurt van den Brink; jurylid KNHS).

Oud stamboekvoorzitter Geurt van den Brink stelde in zijn bijdrage de vraag aan de orde of je een sportpony kunt fokken binnen het NSPS. Variatie in type en bouw binnen het rasbeeld is wel degelijk mogelijk. De vraag is: ontstaan ze bij toeval of kun je er doelbewust op fokken. Er zijn 138 Shetlanders actief binnen de KNHS en 83 menners.

Van den Brink geeft mogelijkheden aan om op type te selecteren richting sportpony: een voldoende lange hals, voldoende schoftontwikkeling, een niet te ver naar voren liggend zwaartepunt, een niet te brede rug, een niet te hoog kruis, een niet te concave ruglijn, een voldoende lang voorbeen, een 50/50 verhouding, voldoende brede hoeven, een voldoende lang kootbeen en kroonbeen, een niet te klein hoofd, voldoende kunnen overstappen, een voldoende schuine schouder en voldoende buiging in de rug. Je kunt uiteraard bij veulens al op deze  eigenschappen selecteren. Naast op deze kenmerken kun je ook op -karakter- selecteren. Op jonge leeftijd (veulen) kun je al testen of een pony onverschrokken, werkwillig, mensgericht en intelligent is. Ook looplust is van essentieel belang Kortom door selectie op exterieur en karakter kun je gericht de kans op een geschikte pony voor de sport vergroten en sluit je toevalstreffers uit.

In het tweede deel van zijn betoog ging Geurt in op mogelijkheden binnen het stamboek om het fokken voor gebruik te bevorderen. Te denken valt aan sportpremies en hengsten en merries bij de stamboekopnames ook op “sport” geschiktheid te beoordelen. Hengsten zou je in de zomer moeten keuren zodat er minder te verbloemen valt en je een eerlijker beeld krijgt. Van den Brink pleit er voor ook typische sporthengsten goed te keuren en probeerde vooral de discussie te bevorderen. Ontwikkeling van karaktertesten op jonge leeftijd, het moderniseren  van de ABOP en het afleggen van een gebruiksproef bij goedgekeurde hengsten kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren om een sportpony te kunnen fokken. Goed voer voor verdere discussies met zeker enkele suggesties om verder uit te werken.

 

Onderdeel 5: Het belang van de  pedigree  (Cor Loeffen; voorzitter Hengstenjury KWPN).
Na de pauze was Cor Loeffen de eerste spreker en hij wist het publiek enorm te boeien met zijn indrukwekkende fokkerijkennis. Vele ervaringen uit de KWPN fokkerij worden als voorbeeld aangehaald. Zo gaat hij ondermeer op lijnenteelt in. Belangrijk is dat je outcross hebt, dat wil zeggen steeds na 1 of 2 stappen/generaties totaal ander bloed in brengen maar wel steeds terug blijven grijpen op dezelfde lijn. Loeffen zegt dat de belangrijkste taak van een stamboek is om te informeren en registreren. Fokkers bepalen hun eigen richting op basis van kennis, visie en voorkeur. Zo ontstaat ook diversiteit (bijvoorbeeld kleur en type) in een stamboek. Hij wijst er op dat variatie in type en genen nodig is om bepaalde doelen te kunnen bereiken; de genenpool moet breed gehouden worden. Ook ging Loeffen in op de waarde van liniair scoren en op de noodzaak van het  behoud van een bepaalde basis bij een prestatiefokkerij. Daarbij is het instellen van een apart sportboek niet nodig als er voldoende variatie in type en genen binnen het stamboek voorhanden is. Verder is Loeffen geen voorstander van een systeem waarin hengsten afgekeurd worden en geeft hij aan dat het lijkt dat het NSPS genoeg informatie voorhanden heeft om de fokkerij van hun hengsten te beoordelen.

 

Onderdeel 6: Hoe beoordeel je een pedigree ( Ruud van Raak, auteur van een verzamelwerk over Shetland Pony’s en van vele artikelen en verbonden aan Breeders for Breeders als selecteur).

Het thema dat Ruud van Raak behandelde was het beoordelen van de pedigree en wat je daar meer mee kunt dan alleen het aantal predicaten en premies tellen. Je kunt de pedigree gebruiken om de  fokresultaten van de pony, ouders en grootouders te analyseren. Verder om te bestuderen of lijnteelt of inteelt is gebruikt dan wel juist vreemd bloed is ingebracht. Uiteraard geeft het ook informatie over kenmerken als kleur en maat. Via mijn NSPS is het allemaal goed te raadplegen. Predicaten en premies geven uiteraard wel een kwaliteitsindicatie. Veel -superpreferent- in de pedigree zegt zeker iets over de fokzekerheid. Maar ook moet gekeken worden of het preferent zijn is ontstaan met veel of weinig nakomelingen en met weinig of veel verschillende vaders. Bij veel punten met weinig nakomelingen van verschillende vaders is de fokwaarde van de merrie hoger en bij premies is ook de frequentie van bijvoorbeeld een 1ste premie een indicatie; is de 1ste premie vaak behaald over verschillende jaren bij verschillende jury’s  dan is er sprake van een kwaliteitsbewijs. Als voorbeeld van een hoge fokwaarde wordt een hengst aangehaald met 4 generaties superpreferent in een aan een gesloten moederlijn met steeds een kort generatie-interval en ook nog eens uit de eerste jaargang van een jonge hengst. Benadrukt wordt dat de fokcapaciteiten van de moederlijn zeer belangrijk zijn voor het bepalen van de fokwaarde van een pony. Die kun je eenvoudig nagaan via “mijn NSPS”.  Uiteraard is het ook raadzaam de nafok zelf te gaan bekijken. Belangrijke indicatoren voor de fokkwaliteit in de moederlijn zijn uiteraard wat de kinderen hebben gepresteerd; maar ook hoeveel kinderen in hoeveel jaar er geregistreerd zijn (indicator vruchtbaarheid). Jammer genoeg kunnen we nog niet in de database zien uit hoeveel dekjaren de nafok is opgebouwd. Is de nafok constant, bijvoorbeeld in maat en kleur? Is dat het geval bij verschillende vaders en is de kwaliteit constant? Het moge duidelijk zijn als moeder en grootmoeder elk jaar veulens geven die hoog in kwaliteit en constant in maat zijn dat dan de kans dat je een goede fokmerrie koopt of hebt groot is.

Ook van de vaderlijn of de te kiezen hengst voor je merrie kun  je een nadere analyse maken door te kijken naar indicatoren voor vruchtbaarheid en fokkwaliteit. Voor vruchtbaarheid zijn twee indicatoren beschikbaar, de TNB (kwaliteit van het sperma) en het aantal veulens ten opzichte van het aantal dekkingen. Voor de kwaliteit kun je kijken naar de index. Een hoge index is zeker een goede indicator. Wel met de kanttekening dat deze niet corrigeert op de kwaliteit van het moedermateriaal of selectief keuringsbezoek. Van grotere waarde is het zogeheten “kerstbomenboek”. Daar in  wordt de waarde van nakomelingen, op alle zaken die liniair gescoord zijn, weergegeven met een betrouwbaarheid boven de 65%. Dat levert veel inzicht op. Helaas wordt het al geruime tijd niet meer gepubliceerd. Het geeft bij significante scores op grote aantallen ten opzichte van het gemiddelde in de populatie fokzekerheid op onderdelen. Als een hengst bijvoorbeeld gemiddeld 85 ten opzichte van 100 scoort bij zwaarte van het beenwerk dan is het zeker dat de hengst bij een merrie met een te licht beenwerk het beenwerk verzwaart.

 

Tot slot gaat Van Raak in op lijn- en inteelt en de noodzaak van bloedspreiding in de populatie. Voor het inteeltpercentage kun je ook terecht in “mijn NSPS” en je kunt proefparingen op papier uitproberen. Variatie in de populatie is van belang; diversiteit aan eigenschappen zowel qua exterieur, vruchtbaarheid en  gebruik worden vergroot en problemen (inteelt; smalle bloedopbouw populatie onwenselijk) verkleind. Om advies te krijgen over het inbrengen van ander bloed dan wel fokkerijkeuzes is Breeders for Breeders een platform voor elke fokker of geïnteresseerde.

 

Onderdeel 7: Forumdiscussie ( o.l.v. Remond Molenkamp, jurylid, lid commissie Shetland Breeders ).

Tot slot leidde dagvoorzitter Remond Molenkamp het afsluitende forum met de sprekers, aangevuld met Annemarie Dijk, stamboekvoorzitter. Die vertelde eerst over haar persoonlijke fokkerij en visie die ze daarbij hanteert. Daarna werden vragen uit de zaal beantwoord en discussies gevoerd. Daarbij was het goed te horen dat het stamboek het kerstbomenboek weer in ere gaat herstellen en ook de spermagegevens in de database gaat opnemen. Van Raak pleitte voor een meer gemotiveerde beoordeling van de afstamming van de jonge hengsten waarbij ook rekening wordt gehouden met de kwaliteit van de nafok, vreemd bloed ed.

 

De middag werd afgesloten met het uitreiken van de Bunswaard wisselbeker door Ton Burgers aan de “fokker van het jaar”. Die eer kwam toe aan Appie Dibbits uit Horssen, die inderdaad met een relatief  kleine fokkerij door gerichte keuzes en geen concessies te doen aan kwaliteit tot enorme prestaties is gekomen met zijn “Veldzicht” fokkerij.  Een mooie afsluiting van een leuke middag.

 

Kortom, voor herhaling vatbaar!